Eeklo kop rijker
Op 17 sept 2010 door Christophe De Waele
Op wikipedia spotten we zijn bio...
In zijn jeugd kwam hij in contact met Anton Bergmann, advocaat te Lier. Via hem werd hij ingewijd in de vakken Latijn, zang, orgelspel en dictie. Als liberaal bracht Bergmann hem romantische idealen als vrijheidsliefde, liefde voor de (geschiedenis van de) eigen moedertaal en een liberale levensbeschouwing bij.
Jan Frans Willems begon in 1809 als notarisklerk te Antwerpen; in die periode begon hij met het uitgeven van pamfletten en historische geschriften. In 1818 huwde hij Isabelle Boorekens, een weduwe met twee kinderen. Het huwelijk werd gezegend met nog tien kinderen. In 1819 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
In 1821 werd hij bevorderd tot Ontvanger der Registratie voor Antwerpen. In 1826 werd hij aanvaard als lid van de Comissie tot uitgave van de oude vaderlandse kronijken en in 1827 van de Commissie voor de Rerum belgicarum scriptores. Dankzij de actieve politiek ter bevordering van het Nederlands in Vlaanderen onder het toenmalige bestuur van koning Willem der Nederlanden kon Jan Frans Willems carrière maken.
In 1830 kreeg hij een eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de universiteit te Leuven. Als Zuid-Nederlander had hij de moed zich zelfstandig op te stellen qua taal, letterkunde en geschiedenis. In het nieuwe België werd hij (waarschijnlijk vanwege zijn orangistische sympathie) overgeplaatst naar Eeklo.
In 1835 werd hij echter in eer hersteld en kreeg hij de benoeming tot Ontvanger der Registratie terug, ditmaal te Gent. Alhoewel Willems zich na 1830 neerlegde bij de situatie, had hij toch liever gezien dat Vlaanderen en Nederland een eenheid bleven. Hij bleef wel werken aan de culturele eenheid met Nederland. Zo gaf hij de doorslag in de zogenaamde spellingoorlog, waardoor de taaleenheid van Vlaanderen en Nederland een feit werd, zoals bevestigd op het Grote Taalcongres van 1841. De nieuwe spelling, die in 1844 van kracht werd, draagt zijn naam: 'Willems-spelling'.
In 1835 werd hij lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Als enig Nederlandstalig lid probeerde hij de Vlaamse literatuur en poëzie een plaats te geven, tegen de heersende verfransingspolitiek van de Belgische regering. Willems slaagde erin de toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven te coördineren en bepaalt zo in niet geringe mate de evolutie van de Vlaamse Beweging in het jonge België.
Hij overleed in 1846 aan een beroerte.
Enkele bekenduhhh werken
Jan Frans Willems debuteerde in 1807 met Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout. In 1812 wordt zijn "Hymne aan het vaderland over den veldslag van Friedland en de daaropvolgende Vrede van Tilsit" bekroond. Met zijn gedicht Aen de Belgen - Aux Belges van 1818 breekt hij door in Zuid-Nederlandse literaire kringen.
Literaire en historische verhalen uit de Middeleeuwen werden door hem vertaald naar het Nederlands uit zijn eigen tijd. In 1834 vertaalde hij als eerste Van den vos Reynaerde.
In 1844 publiceerde J.F. Willems Oude Vlaemsche Liederen. Het tweede deel van deze liedverzameling, Oude Vlaemsche Liederen ten deele met de melodieën, werd in 1848 postuum uitgegeven door zijn vriend F.A. Snellaert.
In 1848 publiceerde Jan Frans Willems het boek "Oude Vlaemsche Liederen", waarbij diverse volksliedjes voor het eerst in druk verschenen. Een aantal van deze liedjes kennen we nu nog steeds, zij het in de vorm van kinderliedjes : Klein, klein kleutertje, Het reuzenlied ("Kere weer om, reusken, reusken"), Zeg kwezelken wilde gij dansen?, Het loze vissertje en Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe?. Liedjes als "Het heerken van Maldeghem", "'t Smidje" en "Roza, willen we dansen?" stonden ook in deze bundel en zouden later gecoverd worden door respectievelijk Kadril, Laïs en Rum.
Hij was ook bekend van toneelstukken zoals; "Den Rijken Antwerpenaer", "Quinten Matsijs".
Voor wie de boeiende toespraken moest missen en in de krant niet kon uitmaken wat de bedoeling is van deze roze kop verduidelijken we één en ander door de volgende toespraak te publiceren:
Toespraak door gedeputeerde Jozef Dauwe, ter gelegenheid van de inhuldiging van het beeld "Jan Frans Willems" van kunstenares Maen Florin op zondag 12 september 2010 om 16.00 uur in Eeklo.
Dames en heren,
Ik wil mij graag aansluiten bij het enthousiasme van vorige sprekers voor dit prachtige initiatief hier in Eeklo. Het beeld van kunstenares Maen Florin ter ere van de "Vader van de Vlaamse beweging" Jan Frans Willems is een belangrijke aanwinst, niet alleen voor de stad Eeklo, maar ook voor het Meetjesland en voor gans Vlaanderen. De Meetjeslandse Kunst-en Poëzieroute wordt stap voor stap aangevuld met beeldhouwwerken en/of poëziepanelen, vergroot daardoor zijn uitstraling en kan daardoor op een grotere belangstelling rekenen. Een typevoorbeeld van een schitterend cultureel project over een langere termijn. Dit prachtig beeld voor Jan Frans Willems is inderdaad het derde in een rij van vijf kunstwerken die aan de kunst- en poëzieroute worden toegevoegd. De twee volgende kunstwerken, in Maldegem over de migratie naar Canada en de Verenigde Staten en in Boekhoute over "Den Draad" volgen hopelijk binnen afzienbare tijd.
Als gedeputeerde voor cultuur ben ik heel verheugd dat de provincie Oost-Vlaanderen ook haar steentje heeft kunnen bijdragen tot de realisatie van dit prachtige beeld in het bijzonder en de Meetjeslandse kunst-en poëzieroute in het bijzonder, en dit door de goede samenwerking met Comeet, de drijvende kracht achter het project. De samenwerking met Comeet is trouwens niet nieuw maar dateert reeds van enkele jaren terug, om precies te zijn het jaar 2002 toen het "Beeld voor Vlaanderen", in de volksmond beter bekend als "De Toeter", in Kaprijke werd geplaatst. De bijdrage van de provincie bestond erin om de ervaring, de deskundigheid en de expertise van zowel de adviescommissie beeldende kunst als van de provinciale dienst kunsten en cultuurspreiding ter beschikking te stellen voor de procedure van het uitschrijven van de wedstrijd, de selectie van de kunstenaars en uiteindelijk de selectie van het winnende ontwerp.
Dames en heren,
De impact van een beeld in de publieke ruimte mag immers niet onderschat worden omdat beelden in de openbare ruimte een duidelijke maatschappelijke rol vervullen. Hedendaagse kunstintegratie gebeurt vandaag op een andere manier dan in het verleden, alhoewel de opzet in grote lijnen dezelfde is gebleven.
Een kunstwerk in de openbare ruimte is pas geslaagd en relevant als het relaties aanknoopt met de context waarin die locatie is ingebed, met andere woorden als het een dialoog aangaat met het geheugen van die plek, met de geschiedenis en het erfgoed,maar ook met de omliggende natuurlijke omgeving en met de gebouwen, met de functies en praktijken waarvoor de locatie wordt gebruikt. Deze dialoog zal voor elke locatie anders zijn, soms zal het historisch verleden van een site domineren, soms zal de context bepaald worden door herinneringen, verhalen of verlangens van de mensen die de site bewonen of gebruiken. U ziet, dames en heren, bij het plaatsen van een beeld in de openbare ruimte komt er heel wat bij kijken.
De provincie Oost-Vlaanderen heeft een lange en rijke ervaring met kunst in de openbare ruimte. Jaarlijks organiseren wij de, intussen wel bekende wedstrijd "Een thuis voor een beeld" in samenwerking met Radio 2 Oost-Vlaanderen. Dit jaar zitten we reeds aan de 16e editie, 16 jaar dat we op zoek gaan naar interessante hedendaagse kunstenaars, met interessante beelden, waarvoor we even interessante en juiste locaties hebben gevonden en nog zullen vinden. Ik maak van de gelegenheid gebruik om uw aandacht te vestigen op het 16e beeld in de reeks, een prachtig werk van Sofie Muller "Leap of Faith", dat op zondag 24 oktober feestelijk zal ingehuldigd worden in de gemeente die dit jaar als winnaar uit de bus kwam, Laarne.
Dames en heren,
Het moet ongeveer evenveel jaren geleden zijn dat de toenmalige deputatie besliste om de expertise en de ervaring van zowel de adviescommissie beeldende kunst als van onze provinciale dienst kunsten en cultuurspreiding ook ter beschikking te stellen van de Oost-Vlaamse gemeentebesturen indien die daar een beroep wilden op doen. In veel gevallen beschikken de gemeentebesturen immers niet over de nodige know how en/of de nodige financiële middelen om een professionele jury aan te stellen. En om aan een verantwoorde kunstintegratie in de openbare ruimte te doen, heb je die nu eenmaal nodig. Het concept is eenvoudig maar werkt heel efficiënt. Gemeenten, gemeentelijke instelllingen of intergemeentelijke verenigingen die in het kader van het beeldende kunstenbeleid een beeld willen aankopen voor het grondgebied van hun gemeente kunnen bij het provinciebestuur terecht voor professioneel advies en logistieke ondersteuning. De dienst kunsten een cultuurspreiding kan raad en advies geven bij het opstellen van een reglement en de selectiecriteria, de communicatie en kan ook instaan voor de coördinatie van de jurywerkzaamheden. De deputatie duidt uit de provinciale adviescommissie beeldende kunst enkele leden aan die in de jury zetelen en neemt hiervoor de daaraan verbonden kosten voor haar rekening. De voorbije jaren heeft die formule al een aantal keren zeer goed gewerkt, getuige daarvan, zoals reeds gezegd, de beelden in Maldegem, Sint-Laureins, Waarschoot, Nevele en Lovendegem,maar ook in het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Jan in Eeklo, het psychiatrisch centrum Caritas in Melle maar ook in ons eigen Provinciaal Instituut Heynsdaele in Ronse .
Dames en heren,
Een beeld over zo'n belangrijk figuur als Jan Frans Willems ontwerpen en realiseren is geen sinecure. De ingediende ontwerpen werden door de jury met de nodige deskundigheid beoordeeld, waarbij rekening werd gehouden met alle elementen die komen kijken bij de kunstintegratie in de openbare ruimte. Het beeld van kunstenares Maen Florin imponeert op veel gebieden. Het beeld oogt weliswaar vrij klassiek en cerebraal, maar door de afmetingen, de kleur en de in zichzelf gekeerde blik van de jongeling oogt het ook mysterieus maar toch bijzonder overtuigend en fascinerend. De toeschouwer wordt geconfronteerd met een gesloten en getormenteerde uitdrukking van het kolossale hoofd en realiseert zich dat binnenin dat hoofd de bron ligt van alle creativiteit. Een groter eerbetoon aan Jan Frans Willems met een kunstwerk kan men niet brengen. De sculptuur van Maen Florin vervult haar functie als hedendaags monument op pregnante wijze, als verdicht, actueel spiegelbeeld van een gemeenschap, van een cultuur.
Beste Maen Florin, u heeft voor de provincie in het kader van een Thuis voor een Beeld in Lovendegem in 2006 een prachtig beeld gerealiseerd, wij kennen uw artistieke waarde dus zeer goed. Met dit beeld heeft u bewezen dat u uw creatieve zoektocht steeds verderzet om in de openbare ruimte te werken met een schitterend en imponerend resultaat dat we hier vandaag kunnen bewonderen. Ik wil u van harte feliciteren voor dit prachtig beeld.
Dames en heren, dit prachtige beeld dat ook centraal zal staan in de tentoonstelling die de provincie zal organiseren in het Caermersklooster van 11 februari tot 27 maart 2011 en waar naast een kopie van het beeld voor Jan Frans Willems ook nog ander werk van de kunstenares te bewonderen zal zijn. De provincie zal bij deze tentoonstelling ook een kleine catalogus uitgeven.
Dames en heren,
Uiteraard moeten er voor de kunstenaars mogelijkheden gecreëerd worden om in optimale omstandigheden het beste resultaat af te leveren. Daarom wil ik graag alle instanties en personen bedanken die dit mogelijk gemaakt hebben, de Stad Eeklo, de drijvende kracht achter dit project Frank Geyssens, de medewerkers van Comeet, de jury en onze eigen provinciale dienst Kunsten en Cultuurspreiding.
Ik dank u voor uw aandacht."
In zijn jeugd kwam hij in contact met Anton Bergmann, advocaat te Lier. Via hem werd hij ingewijd in de vakken Latijn, zang, orgelspel en dictie. Als liberaal bracht Bergmann hem romantische idealen als vrijheidsliefde, liefde voor de (geschiedenis van de) eigen moedertaal en een liberale levensbeschouwing bij.
Jan Frans Willems begon in 1809 als notarisklerk te Antwerpen; in die periode begon hij met het uitgeven van pamfletten en historische geschriften. In 1818 huwde hij Isabelle Boorekens, een weduwe met twee kinderen. Het huwelijk werd gezegend met nog tien kinderen. In 1819 werd hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
In 1821 werd hij bevorderd tot Ontvanger der Registratie voor Antwerpen. In 1826 werd hij aanvaard als lid van de Comissie tot uitgave van de oude vaderlandse kronijken en in 1827 van de Commissie voor de Rerum belgicarum scriptores. Dankzij de actieve politiek ter bevordering van het Nederlands in Vlaanderen onder het toenmalige bestuur van koning Willem der Nederlanden kon Jan Frans Willems carrière maken.
In 1830 kreeg hij een eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de universiteit te Leuven. Als Zuid-Nederlander had hij de moed zich zelfstandig op te stellen qua taal, letterkunde en geschiedenis. In het nieuwe België werd hij (waarschijnlijk vanwege zijn orangistische sympathie) overgeplaatst naar Eeklo.
In 1835 werd hij echter in eer hersteld en kreeg hij de benoeming tot Ontvanger der Registratie terug, ditmaal te Gent. Alhoewel Willems zich na 1830 neerlegde bij de situatie, had hij toch liever gezien dat Vlaanderen en Nederland een eenheid bleven. Hij bleef wel werken aan de culturele eenheid met Nederland. Zo gaf hij de doorslag in de zogenaamde spellingoorlog, waardoor de taaleenheid van Vlaanderen en Nederland een feit werd, zoals bevestigd op het Grote Taalcongres van 1841. De nieuwe spelling, die in 1844 van kracht werd, draagt zijn naam: 'Willems-spelling'.
In 1835 werd hij lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Als enig Nederlandstalig lid probeerde hij de Vlaamse literatuur en poëzie een plaats te geven, tegen de heersende verfransingspolitiek van de Belgische regering. Willems slaagde erin de toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven te coördineren en bepaalt zo in niet geringe mate de evolutie van de Vlaamse Beweging in het jonge België.
Hij overleed in 1846 aan een beroerte.
Enkele bekenduhhh werken
Jan Frans Willems debuteerde in 1807 met Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout. In 1812 wordt zijn "Hymne aan het vaderland over den veldslag van Friedland en de daaropvolgende Vrede van Tilsit" bekroond. Met zijn gedicht Aen de Belgen - Aux Belges van 1818 breekt hij door in Zuid-Nederlandse literaire kringen.
Literaire en historische verhalen uit de Middeleeuwen werden door hem vertaald naar het Nederlands uit zijn eigen tijd. In 1834 vertaalde hij als eerste Van den vos Reynaerde.
In 1844 publiceerde J.F. Willems Oude Vlaemsche Liederen. Het tweede deel van deze liedverzameling, Oude Vlaemsche Liederen ten deele met de melodieën, werd in 1848 postuum uitgegeven door zijn vriend F.A. Snellaert.
In 1848 publiceerde Jan Frans Willems het boek "Oude Vlaemsche Liederen", waarbij diverse volksliedjes voor het eerst in druk verschenen. Een aantal van deze liedjes kennen we nu nog steeds, zij het in de vorm van kinderliedjes : Klein, klein kleutertje, Het reuzenlied ("Kere weer om, reusken, reusken"), Zeg kwezelken wilde gij dansen?, Het loze vissertje en Wel Anne Marieken, waar gaat gij naar toe?. Liedjes als "Het heerken van Maldeghem", "'t Smidje" en "Roza, willen we dansen?" stonden ook in deze bundel en zouden later gecoverd worden door respectievelijk Kadril, Laïs en Rum.
Hij was ook bekend van toneelstukken zoals; "Den Rijken Antwerpenaer", "Quinten Matsijs".
Voor wie de boeiende toespraken moest missen en in de krant niet kon uitmaken wat de bedoeling is van deze roze kop verduidelijken we één en ander door de volgende toespraak te publiceren:
Toespraak door gedeputeerde Jozef Dauwe, ter gelegenheid van de inhuldiging van het beeld "Jan Frans Willems" van kunstenares Maen Florin op zondag 12 september 2010 om 16.00 uur in Eeklo.
Dames en heren,
Ik wil mij graag aansluiten bij het enthousiasme van vorige sprekers voor dit prachtige initiatief hier in Eeklo. Het beeld van kunstenares Maen Florin ter ere van de "Vader van de Vlaamse beweging" Jan Frans Willems is een belangrijke aanwinst, niet alleen voor de stad Eeklo, maar ook voor het Meetjesland en voor gans Vlaanderen. De Meetjeslandse Kunst-en Poëzieroute wordt stap voor stap aangevuld met beeldhouwwerken en/of poëziepanelen, vergroot daardoor zijn uitstraling en kan daardoor op een grotere belangstelling rekenen. Een typevoorbeeld van een schitterend cultureel project over een langere termijn. Dit prachtig beeld voor Jan Frans Willems is inderdaad het derde in een rij van vijf kunstwerken die aan de kunst- en poëzieroute worden toegevoegd. De twee volgende kunstwerken, in Maldegem over de migratie naar Canada en de Verenigde Staten en in Boekhoute over "Den Draad" volgen hopelijk binnen afzienbare tijd.
Als gedeputeerde voor cultuur ben ik heel verheugd dat de provincie Oost-Vlaanderen ook haar steentje heeft kunnen bijdragen tot de realisatie van dit prachtige beeld in het bijzonder en de Meetjeslandse kunst-en poëzieroute in het bijzonder, en dit door de goede samenwerking met Comeet, de drijvende kracht achter het project. De samenwerking met Comeet is trouwens niet nieuw maar dateert reeds van enkele jaren terug, om precies te zijn het jaar 2002 toen het "Beeld voor Vlaanderen", in de volksmond beter bekend als "De Toeter", in Kaprijke werd geplaatst. De bijdrage van de provincie bestond erin om de ervaring, de deskundigheid en de expertise van zowel de adviescommissie beeldende kunst als van de provinciale dienst kunsten en cultuurspreiding ter beschikking te stellen voor de procedure van het uitschrijven van de wedstrijd, de selectie van de kunstenaars en uiteindelijk de selectie van het winnende ontwerp.
Dames en heren,
De impact van een beeld in de publieke ruimte mag immers niet onderschat worden omdat beelden in de openbare ruimte een duidelijke maatschappelijke rol vervullen. Hedendaagse kunstintegratie gebeurt vandaag op een andere manier dan in het verleden, alhoewel de opzet in grote lijnen dezelfde is gebleven.
Een kunstwerk in de openbare ruimte is pas geslaagd en relevant als het relaties aanknoopt met de context waarin die locatie is ingebed, met andere woorden als het een dialoog aangaat met het geheugen van die plek, met de geschiedenis en het erfgoed,maar ook met de omliggende natuurlijke omgeving en met de gebouwen, met de functies en praktijken waarvoor de locatie wordt gebruikt. Deze dialoog zal voor elke locatie anders zijn, soms zal het historisch verleden van een site domineren, soms zal de context bepaald worden door herinneringen, verhalen of verlangens van de mensen die de site bewonen of gebruiken. U ziet, dames en heren, bij het plaatsen van een beeld in de openbare ruimte komt er heel wat bij kijken.
De provincie Oost-Vlaanderen heeft een lange en rijke ervaring met kunst in de openbare ruimte. Jaarlijks organiseren wij de, intussen wel bekende wedstrijd "Een thuis voor een beeld" in samenwerking met Radio 2 Oost-Vlaanderen. Dit jaar zitten we reeds aan de 16e editie, 16 jaar dat we op zoek gaan naar interessante hedendaagse kunstenaars, met interessante beelden, waarvoor we even interessante en juiste locaties hebben gevonden en nog zullen vinden. Ik maak van de gelegenheid gebruik om uw aandacht te vestigen op het 16e beeld in de reeks, een prachtig werk van Sofie Muller "Leap of Faith", dat op zondag 24 oktober feestelijk zal ingehuldigd worden in de gemeente die dit jaar als winnaar uit de bus kwam, Laarne.
Dames en heren,
Het moet ongeveer evenveel jaren geleden zijn dat de toenmalige deputatie besliste om de expertise en de ervaring van zowel de adviescommissie beeldende kunst als van onze provinciale dienst kunsten en cultuurspreiding ook ter beschikking te stellen van de Oost-Vlaamse gemeentebesturen indien die daar een beroep wilden op doen. In veel gevallen beschikken de gemeentebesturen immers niet over de nodige know how en/of de nodige financiële middelen om een professionele jury aan te stellen. En om aan een verantwoorde kunstintegratie in de openbare ruimte te doen, heb je die nu eenmaal nodig. Het concept is eenvoudig maar werkt heel efficiënt. Gemeenten, gemeentelijke instelllingen of intergemeentelijke verenigingen die in het kader van het beeldende kunstenbeleid een beeld willen aankopen voor het grondgebied van hun gemeente kunnen bij het provinciebestuur terecht voor professioneel advies en logistieke ondersteuning. De dienst kunsten een cultuurspreiding kan raad en advies geven bij het opstellen van een reglement en de selectiecriteria, de communicatie en kan ook instaan voor de coördinatie van de jurywerkzaamheden. De deputatie duidt uit de provinciale adviescommissie beeldende kunst enkele leden aan die in de jury zetelen en neemt hiervoor de daaraan verbonden kosten voor haar rekening. De voorbije jaren heeft die formule al een aantal keren zeer goed gewerkt, getuige daarvan, zoals reeds gezegd, de beelden in Maldegem, Sint-Laureins, Waarschoot, Nevele en Lovendegem,maar ook in het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Jan in Eeklo, het psychiatrisch centrum Caritas in Melle maar ook in ons eigen Provinciaal Instituut Heynsdaele in Ronse .
Dames en heren,
Een beeld over zo'n belangrijk figuur als Jan Frans Willems ontwerpen en realiseren is geen sinecure. De ingediende ontwerpen werden door de jury met de nodige deskundigheid beoordeeld, waarbij rekening werd gehouden met alle elementen die komen kijken bij de kunstintegratie in de openbare ruimte. Het beeld van kunstenares Maen Florin imponeert op veel gebieden. Het beeld oogt weliswaar vrij klassiek en cerebraal, maar door de afmetingen, de kleur en de in zichzelf gekeerde blik van de jongeling oogt het ook mysterieus maar toch bijzonder overtuigend en fascinerend. De toeschouwer wordt geconfronteerd met een gesloten en getormenteerde uitdrukking van het kolossale hoofd en realiseert zich dat binnenin dat hoofd de bron ligt van alle creativiteit. Een groter eerbetoon aan Jan Frans Willems met een kunstwerk kan men niet brengen. De sculptuur van Maen Florin vervult haar functie als hedendaags monument op pregnante wijze, als verdicht, actueel spiegelbeeld van een gemeenschap, van een cultuur.
Beste Maen Florin, u heeft voor de provincie in het kader van een Thuis voor een Beeld in Lovendegem in 2006 een prachtig beeld gerealiseerd, wij kennen uw artistieke waarde dus zeer goed. Met dit beeld heeft u bewezen dat u uw creatieve zoektocht steeds verderzet om in de openbare ruimte te werken met een schitterend en imponerend resultaat dat we hier vandaag kunnen bewonderen. Ik wil u van harte feliciteren voor dit prachtig beeld.
Dames en heren, dit prachtige beeld dat ook centraal zal staan in de tentoonstelling die de provincie zal organiseren in het Caermersklooster van 11 februari tot 27 maart 2011 en waar naast een kopie van het beeld voor Jan Frans Willems ook nog ander werk van de kunstenares te bewonderen zal zijn. De provincie zal bij deze tentoonstelling ook een kleine catalogus uitgeven.
Dames en heren,
Uiteraard moeten er voor de kunstenaars mogelijkheden gecreëerd worden om in optimale omstandigheden het beste resultaat af te leveren. Daarom wil ik graag alle instanties en personen bedanken die dit mogelijk gemaakt hebben, de Stad Eeklo, de drijvende kracht achter dit project Frank Geyssens, de medewerkers van Comeet, de jury en onze eigen provinciale dienst Kunsten en Cultuurspreiding.
Ik dank u voor uw aandacht."
Christophe De WaeleVragen? Een eigen mening? Reageer of contacteer me persoonlijk! Delen op Facebook
→ Lees ook: Boelare gaat vooruit
→ Lees ook: Opgelet voor oplichting!
→ Lees ook: DAS POP komt naar Eeklo
→ Lees ook: Nieuwe voorzitter fietsersbond
Gepost in cultuur Informatie













reacties
er zijn nog geen commentaren